Review: The Settlers: Rise of an Empire
PC21 oktober 2007
De vrolijk hakkende, zagende, boerende, melkende, smedende, jagende, slachtende, maar vooral bouwende Settlers zijn weer terug. Weet deze game zich permanent in je DVD lade te settlen of kun je hem beter gebruiken als ondersettler.
De vrolijk hakkende, zagende, boerende, melkende, smedende, jagende, slachtende, maar vooral bouwende Settlers zijn weer terug. Weet deze game zich permanent in je DVD-lade te settlen of kun je hem beter gebruiken als ondersettler?
De Settlers-serie is een aparte franchise. Alweer vijf delen lang – de verjaardagseditie van vorig jaar niet meegerekend – zien we de koddige kolonisten gebouwen neerzetten, grond- en voedingsstoffen verzamelen en verwerken, en af en toe een geschilletje uitvechten. Dit alles gebeurt op een luie-zondagmiddagtempo. Je houdt ervan of je haat het, maar gezien de trouwe schare fans die het ene na het andere deel verslinden, is de release van nummertje zes een logische zaak.
Met Rise of an Empire pakt ontwikkelaar Blue Byte de zaken iets anders aan. Direct valt op dat de gameplay een stuk simpeler is gemaakt dan we gewend zijn van de serie. Zo zijn enkele schakels uit de productieketen geschrapt, waardoor je bijvoorbeeld geen zagerij meer nodig hebt om gekapt hout te bewerken. Het spul is meteen te gebruiken voor het bouwen van nieuwe winkels en werkplaatsen. Voedingsmaterialen moeten natuurlijk nog wel bewerkt worden. Het wild dat de jager heeft geschoten wordt door de slagerij omgetoverd in worst, terwijl de zeepmaker er, tja, zeep van maakt.
Ook kun je geen extra opslagplaatsen bouwen. Aan het begin van het spel krijg je er één, die je weliswaar kunt upgraden, maar verder moet je het daarmee doen. Hierdoor ben je gedwongen om constant goed te overwegen hoe je je wegen aanlegt en waar je voorzieningen bouwt. Winkels moeten bijvoorbeeld zo dicht mogelijk bij de opslagplaats in de buurt zijn, anders loopt je economie spaak. Aangezien er nogal wat winkels zijn om te bouwen, wordt dat naarmate het potje vordert lastiger dan je zou denken.
Hoewel deze versimpeling voor sommige fans ongetwijfeld een aderlating zal zijn, wordt de game er een stuk toegankelijker, maar vooral overzichtelijker op. Bovendien zorgt het dat de game met meer overtuiging een middeleeuwse sfeer uitademt. Je nederzetting neemt, als je het tenminste aanpakt zoals de makers het bedoeld hebben, echte middeleeuwse vormen aan. In het centrum vind je het hart van de economie, met daaromheen verscheidene schillen van steeds ondergeschikter belang. Bouw tenslotte een muur om je stad en het plaatje is compleet.
Zo’n muur is geen overbodige luxe, want ook in deze Settlers worden weer de nodige geschilletjes uitgevochten. Gelukkig zijn deze ouderwets simpel van opzet. Je hebt de keuze uit boogschutters, zwaardvechters en een handjevol belegeringswerktuigen, en over het algemeen wint het grootste leger. De maximale hoeveelheid eenheden hangt af van het ontwikkelingsniveau van je kerk. Dit niveau bepaalt tevens het maximale aantal Settlers dat je nederzetting kan huisvesten. Net als ieder ander gebouw, kun je de kerk tegen inlevering van een handjevol hout, stenen of andere grondstoffen upgraden.
Ondanks de nodige aanpassingen is één ding onveranderd gebleven, ook Rise of an Empire is enorm verslavend. Het is het type game dat uren van je nachtrust afsnoept, omdat je steeds ‘nog even één missie’ wilt doen. Grafisch is de game echter een sprong vooruit ten opzichte van zijn voorgangers. Je ziet de jaargetijden elkaar opvolgen. De prachtig vormgegeven omgeving verandert van een groen, groen knollen-knollenland in een ondergesneeuwd winterlandschap. De seizoenswisselingen zien er niet alleen mooi uit, maar zijn ook functioneel: ’s winters ligt je economie bijvoorbeeld enigszins plat omdat de graanvelden geen oogst opleveren en schapen geen wol geven. Ondertussen zijn dan de wateren bevroren, zodat je met je legertje anders onbereikbare plekken kunt veroveren.
Maar ook de alledaagse bezigheden van je kolonisten worden gedetailleerder weergegeven dan ooit. Je ziet je koeienhouders in de weer met emmers en uiers, je kunt inzoomen op hongerige settlers die staken op je marktplein en erop toezien hoe je houthakker weer een van de longen der aarde tegen de vlakte hakt. Een fantastisch schouwspel, als je PC krachtig genoeg is.
Toch is er het nodige op de game aan te merken. De versimpelde opzet zorgt ervoor dat met name de campagne vrij makkelijk uit te spelen is. Dat wil niet zeggen dat je in een oogwenk klaar bent, want er zijn veel missies die over het algemeen de nodige uurtjes kosten. Maar je krijgt zelden of nooit met echt lastige opgaven te maken, waardoor je er iets te snel een repetitief gevoel aan overhoudt.
De grootste misser van Rise of an Empire is echter het heldensysteem. Voor iedere missie (of skirmish) kies je een van zes ridders, om je koning te vertegenwoordigen in het te koloniseren gebied. Iedere ridder heeft zijn eigen speciale vaardigheden, maar bij de meeste ridders stellen deze vaardigheden niet zo veel voor. Zo kan vrouwe Kestral bepaalde winkels plunderen en extra belastinggoud innen, terwijl je zelfs bij een matig draaiende economie al snel goud in overvloed hebt.
Bovendien zijn deze ridders vrij waardeloos in gevechten, omdat ze nauwelijks sterker zijn dan je normale soldaten, maar toch steeds automatisch de confrontatie aangaan, ook al is hun levensbalk bijna leeg. Gelukkig kunnen ze niet echt dood – sneuvelt je ridder, dan staat ‘ie na een tijdje weer bij het kasteel op orders te wachten. Verder ben je haast altijd verplicht om je ridder naar een vriendelijk gezinde nederzetting te sturen, om ermee te kunnen handelen. Dit kost nodeloos extra tijd. Hetzelfde geldt voor het veroveren van onbezet gebied. Dit kan alleen door je ridder erop af te sturen en er een wachttoren te bouwen. Totdat de wagen met bouwstoffen op die plek aankomt, mag je held het gebied niet verlaten.
Ook het promoveren van je held is wat omslachtig. Om nieuwe types gebouwen vrij te spelen, moet je je ridder een hogere titel geven. Dit mag pas als je aan een aantal voorwaarden hebt voldaan. Is dat gelukt, dan moet je je held naar het marktplein sturen en hem daar bevorderen. Dit heen en weer sturen van je held is tijdrovend, zonder dat het iets substantieels toevoegt aan de gameplay.
En toch is The Settlers: Rise of an Empire een leuke, verslavende game. Perfect is hij zeker niet. Hij is een stuk simpeler van opzet dan zijn illustere voorgangers, terwijl het overbodige heldensysteem meer kwaad dan goed doet. Maar tegelijkertijd zorgt de versimpeling ervoor dat je de game makkelijker oppikt, terwijl je hem nog steeds even moeilijk opzij legt. De verschillende jaargetijden en weersomstandigheden zorgen voor meer afwisseling in de gameplay, terwijl de prachtige graphics het ook echt leuk maken om naar het wel en wee van je noeste arbeiders te kijken. Je moet ervan houden, maar ik blijf genieten van dat hakkende, zagende, boerende, melkende, smedende, jagende, slachtende, maar vooral ook bouwende volkje.
Om te kunnen reageren, moet je ingelogd zijn
Settlers 2 en 3 waren supervet
settlers Heritage of Kings was een schande voor ubisoft
hoe kun je zo'n vette serie verneuken voor het gebruik van helden -0 +1
-0 +1